Preventiecampagne middelengebruik

‘Goed voorbereid in Dalfsen?’

Roken, drank en drugs

Mythes

Mythe 1: Door cannabis kun je beter in slaap vallen

Hoe positief is wiet voor de kwaliteit van je slaap? Is het uiteindelijk wel zo’n goed slaapmiddel? Het antwoord is nee, ondanks dat veel mensen menen dat ze er prima op inslapen.

De kwaliteit van de Remslaap wordt er door beïnvloed. Je komt minder en korter in de Remslaap, de periode in de slaap waarin je de befaamde snelle oogbewegingen maakt, de rapid eye movements. Dat is tevens de fase waarin je droomt. Dat hoeven niet speciaal spannende nachtelijke avonturen te zijn en soms herinner je je er ook niks van, maar deze dromen zijn wel nodig. Het gaat namelijk ook om het verwerken van de dagelijkse onbelangrijke dingetjes, de zogenaamde ‘dagresten’.

Is het erg om Remslaap te missen? Neuroloog en slaapdeskundige Hans Hamburger, hoofd van het Amsterdam WaakSlaapCentrum in het Slotervaartziekenhuis en het Boerhaave Medisch Centrum beantwoordt deze vraag: “Cannabis vermindert ten eerste de diepe slaap die nodig is om uit te rusten en voor de vorming van geheugen. Cannabis vermindert ook de Remslaap, die nodig is voor het geheugen en de verwerking van alle aspecten van emoties en ruimtelijke oriëntatie. Als gevolg hiervan veroorzaakt het gebruik overdag sufheid en geheugenklachten”.

Mythe 2: Experimenteren hoort er nu eenmaal bij!

Of het nou gaat om roken, alcohol- en drugsgebruik of om gamen en social media: voor jongeren zijn dit aantrekkelijke middelen. Ook jouw kind kan daarmee in aanraking komen. Er zijn weinig drempels om eraan te komen of om deze middelen te gebruiken, ook in Dalfsen. Via internet of Whatsapp is alles eenvoudig beschikbaar. Hoe ga je daar als ouder mee om?

Deze keer de vraag welke risico’s er kleven aan experimenteren met roken, drugs en alcohol. Is een keertje proberen een risico? Ons antwoord daarop is: experimenteren is helaas niet zonder risico’s.

Experimenteren of eens een keertje iets uitproberen zorgt er voor dat de drempel om vaker en meer te gaan gebruiken lager wordt. Alex Govers, Preventiewerker bij Tactus Verslavingszorg legt het uit. “Alcohol, drugs en tabak zijn voor onze hersenen een soort superbeloning. En de hersenen van het ene kind zijn gevoeliger voor beloning dan de hersenen van een ander kind. Een paar keer roken zorgt al voor een grotere trek in roken. Je hersenen zorgen er voor dat je weer wilt roken. Net zoals je een hongergevoel krijgt als je iets lekkers ziet”.

Vandaar het advies om afspraken te maken die de kans op experimenteren met alcohol, tabak en drugs verkleinen. Ook al lijkt het soms van niet, grenzen stellen heeft zeker zin, ook al wil dat niet zeggen dat je puber zich altijd precies aan jouw regels houdt. Zorg wel dat grenzen en afspraken passen bij de leeftijd van je kind. Al te strenge grenzen kunnen er voor zorgen dat je kind veel stiekem gaat doen. Ouders horen vaak terug van hun kind dat de regels die zij stellen veel strenger zijn dan die waaraan hun vrienden zich moeten houden. Laat je daar niet te gemakkelijk door misleiden, maar vraag een paar andere ouders naar hun spelregels. Die denken er vaak net zo over als jij.

Ouders vinden vooral afspraken maken over alcohol lastig. ‘Het hoort er gewoon bij’ of ‘wij deden dat toch ook, toen wij jong waren’ zijn uitspraken die regelmatig te horen zijn. Alex Govers zegt hierover het volgende: “De ouders die dit zeggen behoren waarschijnlijk niet tot de groep van ongeveer 1 miljoen mensen in Nederland die problemen hebben door alcoholgebruik. Bij ongeveer 1 op de 10 gaat het dus niet goed. Met het uitstellen van experimenteren wordt het risico op problemen verminderd.

Mythe 3: De puberteit is vroeg genoeg om te starten met voorlichting

Het is een misvatting dat er op de basisschoolleeftijd niet gesproken hoeft te worden over drugs en alcohol. Kinderen zouden er dan nog niet aan toe zijn. Het is eveneens een misvatting dat een puber er zelf wel achter komt wat kan en niet kan, wat schadelijk en niet schadelijk is.

Als ouder speelt u de belangrijkste rol in de ontwikkeling van weerbaarheid van uw kind en heeft u invloed op de keuzes die het maakt in de pubertijd. Het helpt uw kind enorm als u als ouder bijtijds bespreekt wat alcohol en drugs eigenlijk zijn. Het is daarbij een zoektocht naar wat geschikte momenten zijn om alcohol en drugs eens te benoemen, want wat past bij uw kind? Het mooiste is om aan te sluiten bij situaties die zich voordoen. De straatbarbecue, waarbij die ene buurman wel wat veel op heeft en grappig doet. Wat vinden jullie daarvan? Een aflevering van ‘Spangas’, waarbij uw jongere kind meekijkt met de oudere broer of zus en alcohol een issue is. Welke meningen heeft iedereen? En wat vindt u?

Kinderen kunnen zich verwonderen over wat volwassenen doen en daarover vragen stellen. Dat kan ook over alcohol en drugs gaan. Mooie momenten voor een pedagogisch gesprek dat spontaan ontstaat. Net zoals dat met andere onderwerpen kan gaan.

Het is juist verstandig om al op de basisschoolleeftijd aandacht te hebben voor middelengebruik. Uw kind weet dan wat uw mening hierover is en welke normen u erop nahoudt. Uw kind heeft dan een fundament, waarop hij zijn eigen mening en keuzes baseert. Hier kan hij op terugvallen zodra alcohol, roken en drugs zijn leefwereld binnenkomen en hij ermee in contact komt. In de puberleeftijd kan hij dan voortborduren op wat eerder besproken is. Zoals de Hersenstichting het ook verwoordt: Afstand nemen van ouders hoort bij de puberteit, maar dat betekent niet dat uw rol als ouder is uitgespeeld. Juist dan is het belangrijk om een veilige omgeving te creëren, waarin uw puber zich volledig kan ontwikkelen. Zo kan hij sterk genoeg in zijn schoenen staan om zichzelf te blijven onder invloed van externe factoren zoals vrienden, sociale media en alcohol- en drugsgebruik.

Enkele tips:

  • Stel duidelijke regels. Bijvoorbeeld: geen alcohol onder de 18 jaar; dus ook niet af en toe.
  • Breng het positief. Puberhersenen zijn extra gevoelig voor beloning. Eerder positief gedrag belonen dan negatief gedrag bestraffen.
Theatervoorstelling ‘Onder invloed’

Veel ouders vinden het ongemakkelijk om met hun kind over het gebruik van roken, drank en drugs te praten. Ook het gesprek om met andere ouders ervaringen uit te wisselen over hoe zij dit aanpakken en welke afspraken zij bijvoorbeeld maken over uitgaan of keetbezoek, komt niet zo maar van de grond. Daarom organiseren we op dinsdag 28 juni van 19.30 uur tot 22.00 uur een theateravond rondom deze thema’s. Theatergroep PlayBack speelt dan ‘Onder Invloed’, in de Trefkoele+ in Dalfsen. Reserveer deze afspraak vast in uw agenda.

Mythe 4: Een overzicht van mythes rondom roken

Ik kan stoppen met roken wanneer ik wil

Was het maar waar. Al na korte tijd (binnen een jaar) is een jong iemand verslaafd. Stoppen met roken is dan al een moeilijke opgave geworden. Ook door de sociale druk vanuit de groep waartoe een jongere wil horen. Omdat zich in de jeugdjaren geen lichamelijke problemen voordoen, is er voor jongeren meestal geen reden om te stoppen.

‘Ongemerkt’ zijn ze op 20-jarige leeftijd al 5 jaar aan het roken. Dan zijn ze gemiddeld genomen verslaafd en is van vrije wil al geen sprake meer.

Mythe: Ik ben nu al een jaar van het roken af, nu kan ik wel weer een sigaretje opsteken

Eens verslaafd, altijd verslaafd. Daar komt het eigenlijk op neer. Door het roken is in de hersenen het een en ander “vastgelegd” (in het dopaminesysteem, het genotscentrum). Ook is het rookgedrag (-patroon) in het geheugen gegrift; geprogrammeerd als het ware. Al is men gestopt met roken, dan nog is dit ‘programma’ opgeslagen en gaat het niet meer weg. Als iemand, na te zijn gestopt, weer eentje opsteekt, wordt meteen een arsenaal aan herinneringen (programma) geactiveerd. Meestal houdt het dan niet op bij één sigaret.

Het komt nogal eens voor dat men binnen “no time” weer verslaafd rookt. De boodschap is dan ook: niet meer beginnen!

Fabeltjes

  1. Sigaretten zorgen er niet voor dat je slanker wordt. Talrijke studies tonen aan dat er helemaal geen verband tussen roken en afvallen is. Dat ex-rokers vaak aankomen, komt alleen maar doordat de sigaretten door zoetigheid of chips vervangen worden.
  2. Het klopt ook niet, dat de zogenaamde ‘light’ sigaretten minder schadelijk dan normale sigaretten zijn. Bij de light sigaretten zijn weliswaar de nicotine- en teerwaarden lager, maar daardoor neigt men ernaar veel harder aan de sigaret te trekken en zo de rook dieper te inhaleren. Ook zitten er in de light sigaretten evenveel kankerverwekkende stoffen als in de sterkere sigaretten.
  3. Veel mensen denken, dat je rustig wordt van roken. Dat klopt niet. Het gevoel van ontspanning, waar veel rokers het over hebben, ontstaat alleen maar doordat de ontwenningsverschijnselen (versnelde pols, sneller ademen) weggenomen worden door een sigaret op te steken.
  4. Een graag gebruikt argument is ook: roken is toch mijn zaak, ik doe er niemand kwaad mee. Fout. Roken is niet alleen slecht voor je eigen gezondheid, het passief roken verhoogt de kans op kanker ook nog voor degenen die in je nabijheid zijn.